Theorie
Voorrang
Wie mag eerst? De voorrangsregels bepalen op elk kruispunt wie doorrijdt en wie wacht. Ken de hiërarchie en de uitzonderingen.
14 oefenvragen
Snelheid
Snelheidslimieten verschillen per wegtype en per gewest. Elke fout op een snelheidsvraag is een zware fout op het examen.
12 oefenvragen
Verkeersborden
Vorm en kleur vertellen u al veel: driehoek is gevaar, rond rood is verbod, rond blauw is gebod. Hier staan de borden die het vaakst op het examen komen.
12 oefenvragen
Inhalen en kruisen
Inhalen gebeurt links, met voldoende zicht en zonder anderen te hinderen. Op een aantal plaatsen is het altijd verboden en dat zijn zware overtredingen.
8 oefenvragen
Rijgeschiktheid
Alcohol, drugs, gsm, vermoeidheid en geneesmiddelen verminderen uw aandacht en reactie. De grenzen zijn strikt en de controles streng.
8 oefenvragen
Stilstaan en parkeren
Stilstaan is kort en functioneel, parkeren is alles wat langer duurt. Ken de afstanden en de plaatsen waar u nooit mag staan.
8 oefenvragen
Kwetsbare weggebruikers
Voetgangers en fietsers hebben geen koetswerk. De wegcode legt u extra voorzichtigheid op, met specifieke regels aan zebrapaden, in fietszones en rond scholen.
8 oefenvragen