← Alle lessen

Stilstaan en parkeren

Stilstaan is kort en functioneel, parkeren is alles wat langer duurt. Ken de afstanden en de plaatsen waar u nooit mag staan.

Stilstaan of parkeren?

Een stilstaand voertuig staat niet langer stil dan nodig om personen te laten in- of uitstappen of om goederen te laden of te lossen (art. 2.22). Alles wat langer duurt, is parkeren, ook als u in de auto blijft zitten of uw knipperlichten aanzet. Tanken of een elektrische auto opladen telt als parkeren (art. 2.23).

U staat stil of parkeert rechts ten opzichte van uw rijrichting. Alleen in een straat met eenrichtingsverkeer mag u ook links staan (art. 23.1). Is er een berm op dezelfde hoogte als de rijbaan, dan gebruikt u eerst die berm. Op de rijbaan staat u zo ver mogelijk van het midden, evenwijdig met de rand en in één rij (art. 23.2).

Waar u nooit mag stilstaan en parkeren

Art. 24 verbiedt stilstaan en parkeren onder meer:

  • op trottoirs en, in de bebouwde kom, op verhoogde bermen (tenzij borden of markeringen het toelaten);
  • op fietspaden en op minder dan 5 m van de plaats waar fietsers de rijbaan oprijden of verlaten;
  • op overwegen;
  • op oversteekplaatsen voor voetgangers en fietsers en op minder dan 5 m ervóór;
  • in tunnels en onderdoorgangen;
  • bij de top van een helling en in bochten met onvoldoende zicht;
  • op minder dan 5 m van een kruispunt (gemeten vanaf de verlenging van de rand van de dwarse rijbaan);
  • op minder dan 20 m vóór verkeerslichten.

Op de autosnelweg mag u alleen stilstaan of parkeren op parkeerstroken met het bord E9a.

Waar u wel mag stilstaan maar niet parkeren

Art. 25 verbiedt het parkeren onder meer:

  • op minder dan 1 m voor of achter een ander voertuig;
  • op minder dan 15 m aan weerszijden van een bord van een bus-, tram- of trolleybushalte;
  • voor een inrit van een eigendom, behalve voor het voertuig waarvan de nummerplaat leesbaar op de inrit staat;
  • waar de vrije doorgang op de rijbaan smaller dan 3 m zou worden;
  • naast een gele onderbroken streep op de rand van de rijbaan;
  • buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg (bord B9);
  • op plaatsen voor personen met een handicap, tenzij u de speciale parkeerkaart hebt.

Het bord E1 verbiedt parkeren. Het bord E3 verbiedt stilstaan én parkeren.

Blauwe zone en parkeerschijf

In een blauwe zone legt u de parkeerschijf aan de binnenkant van de voorruit, met de pijl op het streepje dat volgt op uw aankomsttijd: komt u aan om 10.20 uur, dan zet u de pijl op 10.30 uur (art. 27.1.2). Zonder andere aanduiding geldt dat op werkdagen van 9 tot 18 uur, voor maximaal 2 uur. Een onderbord kan andere dagen, uren of een andere maximumduur bepalen.