Snelheid
Snelheidslimieten verschillen per wegtype en per gewest. Een fout op een vraag over de maximumsnelheid is op het examen een zware fout.
De algemene limieten
Als er geen bord een andere snelheid oplegt, gelden deze limieten voor personenwagens (art. 11):
- Bebouwde kom (bord F1): 50 km/u in Vlaanderen en Wallonië. In het Brussels Gewest is 30 km/u de standaard sinds 2021; borden kunnen op sommige wegen 50 km/u toelaten.
- Buiten de bebouwde kom op een gewone weg: 70 km/u in Vlaanderen (sinds 2017; 90 km/u enkel waar een bord C43 dat aangeeft), 90 km/u in Wallonië en 70 km/u in Brussel. Snelheid buiten de kom is een bevoegdheid van de gewesten, dus de limiet kan veranderen als u een gewestgrens oversteekt.
- Wegen buiten de bebouwde kom met minstens twee rijstroken per richting, gescheiden door meer dan een wegmarkering (bv. een middenberm of vangrail): 120 km/u, tenzij een bord anders zegt (wat vaak het geval is).
- Autosnelweg: 120 km/u.
Zones en bijzondere gebieden
- Zone 30 (bord F4a): 30 km/u in alle straten van de zone, tot het eindebord F4b. Het bord wordt niet herhaald na een kruispunt.
- Schoolomgeving: afgebakend met de borden F4a en F4b, meestal 30 km/u, soms enkel tijdens de schooluren via variabele borden.
- Schoolstraat: geen gewone schoolomgeving. De straat is tijdelijk afgesloten met een hek met bord C3; wie er toch mag rijden, rijdt stapvoets.
- Fietszone (bord F111): maximaal 30 km/u en motorvoertuigen mogen fietsers niet inhalen.
- Woonerf of erf (bord F12a): 20 km/u.
- Voetgangerszone (bord F103): stapvoets, enkel voor wie er mag rijden.
Een snelheidsbord C43 geldt tot en met het volgende kruispunt, tot een nieuw bord C43, tot het begin- of eindebord van een bebouwde kom, woonerf of voetgangerszone, of tot het bord C45 (einde). Een onderbord kan de geldigheid beperken.
De limiet is een bovengrens
De maximumsnelheid is nooit een doel. U past uw snelheid altijd aan aan de andere weggebruikers (vooral de kwetsbare), het weer, het zicht, de drukte, de staat van de weg en uw voertuig. U moet altijd kunnen stoppen voor een hindernis die u kunt voorzien (art. 10.1). Bij mist, regen of sneeuw rijdt u dus trager dan de limiet.
Op de autosnelweg is er ook een ondergrens: u mag er niet trager rijden dan 70 km/u, tenzij een bord een lagere snelheid oplegt (art. 21.2). Voertuigen die op een vlakke weg geen 70 km/u halen, mogen de autosnelweg niet op (art. 21.1).
Waarom snelheid zo zwaar weegt
De remweg stijgt met het kwadraat van de snelheid: twee keer zo snel rijden betekent ongeveer vier keer zo lang remmen. Voor een aangereden voetganger maakt elke km/u verschil: aan 30 km/u overleeft hij meestal, aan 50 km/u is de kans op overlijden veel groter en aan 70 km/u overleeft hij meestal niet. Daarom kost een fout op een vraag over de maximumsnelheid op het examen 5 punten in plaats van 1.