Kwetsbare weggebruikers
Voetgangers en fietsers hebben geen koetswerk. De wegcode legt u extra voorzichtigheid op, met specifieke regels aan zebrapaden, in fietszones en rond scholen.
Voetgangers en zebrapaden
Aan een oversteekplaats zonder verkeerslichten of bevoegd persoon nadert u met matige snelheid en verleent u voorrang aan voetgangers die op het zebrapad zijn of op het punt staan het op te gaan (art. 40.4.2). U haalt nooit een voertuig in dat voor een zebrapad stopt of het nadert. Aan verkeerslichten laat u voetgangers die al aan het oversteken zijn, rustig de overkant bereiken, ook als u groen hebt (art. 40.4.1). Een voetganger op een zebrapad geen voorrang verlenen is een overtreding van de derde graad.
Tegenover kinderen, ouderen en personen met een beperking, onder wie blinden met een witte of gele stok, bent u dubbel voorzichtig: u vertraagt en stopt zo nodig (art. 40.2). Zonder trottoir of berm lopen voetgangers meestal links op de rijbaan, dus ze komen u tegemoet. Rijdt u langs een voetganger op de rijbaan, dan laat u minstens 1 m ruimte, en 1,5 m buiten de bebouwde kom (art. 40.7).
Fietsers inhalen en afslaan
Bij het inhalen van een fietser of bromfietser houdt u minstens 1 m zijdelingse afstand, en 1,5 m buiten de bebouwde kom (art. 40ter). Kan dat niet, dan wacht u.
In een fietszone (bord F111; vroeger heette dat een fietsstraat) mogen fietsers de hele breedte van de rijbaan gebruiken als die alleen in hun richting open is, en de rechterhelft als er verkeer in beide richtingen is. U rijdt er maximaal 30 km/u en u mag fietsers niet inhalen (art. 22novies).
Wie afslaat, verleent voorrang aan fietsers die op het fietspad rechtdoor rijden. Dat geldt ook voor fietsers die tegen de richting in rijden in een straat met het onderbord M2. De borden B22 en B23 laten fietsers toe om bij rood licht rechts af te slaan of rechtdoor te rijden, als ze voorrang verlenen.
De dode hoek
Spiegels tonen niet alles. Rechts naast en schuin achter uw voertuig zit een zone die u in geen enkele spiegel ziet; bij vrachtwagens is die zone meters groot. Voor u rechts afslaat of van rijstrook verandert, kijkt u in de spiegel én over uw schouder.
Als fietser blijft u achter een vrachtwagen die mogelijk rechts afslaat, nooit ernaast. Als bestuurder houdt u er rekening mee dat een fietser dat niet altijd doet.
Zone 30, schoolomgeving en woonerf
In een zone 30 en in een schoolomgeving rijdt u maximaal 30 km/u en verwacht u op elk moment een kind dat tussen geparkeerde auto's opduikt. Het gevaarsbord A23 kondigt een plaats aan waar veel kinderen komen. Een gemachtigd opzichter met een bordje C3 mag het verkeer stilleggen: u moet dan stoppen (art. 40bis).
In een woonerf of erf (bord F12a) is de limiet 20 km/u en mogen voetgangers de hele breedte van de weg gebruiken; spelen mag er ook. U mag hen niet in gevaar brengen of hinderen, stopt zo nodig en bent dubbel voorzichtig voor kinderen. Parkeren mag er alleen op de aangeduide plaatsen (art. 22bis).